Hoe heerlijk is het om 's ochtends wakker te worden en onmiddellijk die vogeltjes in de tuin hun meest opgewekte lied te horen fluiten... Je zet je wekker dus 5 minuten vroeger, niet omdat je nog wat verder wilt luieren in bed, maar wel omdat je wilt genieten van dat vrolijke concerto.
We hadden nog een cadeaucheque van Neckermann liggen die we in moesten ruilen, dus we plannen momenteel een paar dagen Zeeland in de paasvakantie. Meer daarover volgt nog, nadat mijn meest Duistere Geheimen aan jullie onthuld zijn.
Hier gaan we dus voor het vervolg:
3. Ooit heb ik me wel eens afgevraagd of ik wel ‘normaal’ was. Na het maken van dit lijstje heb ik begrepen dat ik me al die jaren iets voorgelogen heb, door te denken dat het antwoord ‘ja’ was. (maar zegt mijn zoon dan niet: "Iedereen is normaal op z'n eigen manier". Dank u wel, lieve zoon!)
In ieder geval ben ik iemand die zich niet erg aan plaatsen hecht. De jaren dat ik thuis woonde waren, wat dat betreft, heel stabiel: sinds mijn geboorte woonde ik in het ouderlijke huis. Maar sinds ik op m’n 20ste op eigen benen ben gaan staan, heb ik dus al op 8 plaatsen in Vlaanderen gewoond, in 3 verschillende provincies. Geen wonder dus dat het weer begint te kriebelen hier!
Die huizen waar ik woonde nog eens terug zien, dat zegt me niks, en dat doet me ook niks. Niet dat ik er niet gelukkig was! Maar ik hecht vooral aan het gevoel dat ik overal beleefde, en niet zozeer aan de plaats op zich. En omdat het grootste deel van die ervaringen en dat gelukkige gevoel beleefd zijn tezamen met mijn echtgenoot, is het heel makkelijk om dat geluksgevoel terug boven te halen.
Ik maak bijvoorbeeld ook wel foto’s, en print die af, ze komen zelfs nog in een album terecht (zij het dikwijls met enige jaren vertraging, tot dat ik de handige optie ‘fotoboek’ ontdekte op Foto.com ). Maar uiterst zelden ga ik dus achteraf nog naar die foto’s kijken.4. Ik ben een kluns in het onthouden van namen. Gezichten, dat lukt me wel, maar namen… Allerlei truckjes ooit al geprobeerd, soms met hilarische gevolgen. Want als ik ezelsbruggetjes moet ontwerpen, dan ligt het in mijn natuur om die heel grappig en vrolijk te maken. Dus als je dan een persoon tegen komt waardoor je weer beroep moet gaan doen op het ezelsbruggetje dat bij zijn gezicht/figuur of wat dan ook voor kenmerk hoort, dan wil dat nogal eens op de lachspieren werken, en niet elke situatie is daarvoor geschikt.
About Me
- kastelke
- Belgium
- Begin 2005 vroegen wij ons af: Doen we het of doen we het niet? Dat werd dus ook de eerste titel van dit blog. En we besloten dat we het wilden doen: verhuizen naar Amerika. Via het bedrijf waar mijn man voor werkt. Maar veel gepalaver en enkele reorganisaties verder, zitten we nog steeds in Belgie. We geven de moed niet op, doen ondertussen ook mee aan de Green Card Lotery, en wachten... Vandaar ook dat ik eind februari 2008, meer dan 3 jaar later, dit blog een nieuwe titel gaf: Quiévrain: wachten. De uitleg waarom staat in mijn posting van 28 februari 2008... Wanneer kunnen we gelost worden?
Wednesday, March 14, 2007
Duistere Geheimen, deel 2
Monday, March 12, 2007
Duistere Geheimen, deel 1
Bedankt voor jullie leuke reacties! Het doet deugd om terug te zijn.
Dus we vliegen er maar weer eens in:
Heidi Bertels is een Vlaamse die haar Ph.D. in Amerika doet, aan het Stevens Institute of Technology in New Jersey. Ze heeft een blog
En af en toe schrijft ze ook nog speciaal iets voor Vlamingen in de Wereld.
In haar berichtje van 17 januari geeft ze een stokje aan me door. In mijn verwoedde pogingen om Amerika van mij af te schudden, heb ik haar bericht dus niet meer gelezen, tot nu onlangs.
Dus ben ik maar eens in de allerdonkerste gangen van mijn (alter?) ego gedoken, op zoek naar Duistere Geheimen die ik met jullie zou willen delen…
Hemeltje lief, ben ik geschrokken! Nooit gedacht dat ik zo’n raar mens was! In eerste instantie dacht ik namelijk dat ik de allergrootste moeite zou hebben om 5 ‘vreemde’ dingen van mezelf te vertellen, dingen die jullie nog niet zouden weten. Maar in een mum van tijd had ik dus een heel lijstje! Vanavond zal ik mijn ventje maar eens heerlijk verwennen, dat hij het, ondanks mijn rare kronkels, toch al 16 jaar volhoudt bij mij (op 15 augustus dit jaar zullen we 15 jaar getrouwd zijn)! En mijn vrienden, die moet ik misschien toch maar eens verwennen met een lekkere zelfgebakken appelcake (ter excuus van een aantal punten, maar vooral voor punt 9).
Het is uiteindelijk nogal lang geworden, dus het wordt een verhaal in afleveringen, met vandaag dus deel 1.
Ok, hou je klaar, hier gaan we (in compleet willekeurige volgorde van waanzin):
1. Maak kennis met het beest in mij.
Heb je een poes in huis? Dan herken je vast wel het beeld van een tevreden poes: zacht spinnend ligt ze daar, haar ogen half dichtgeknepen, terwijl ze ‘piano’ lijkt te spelen met haar klauwtjes. Wel, als ik het heel erg naar mijn zin heb, dan komt het dierlijke in mij boven! Gelukkig heb ik het heel ‘poezelig’ naar mijn zin, dus ik speel ook ‘piano’ met mijn tenen, ik ‘krul’ dus met mijn tenen. En ja, soms ben ik me daar van bewust, en dan denk ik wel eens “Als ik nu zou kunnen spinnen, dan zou ik dat nog doen ook”.

2. Als ik iets mooi vind, dan moet ik het kunnen betasten.
Zo wie zo hou ik van zachte stoffen op m’n lijf, maar ook in alle andere gevallen kan textuur heel belangrijk voor mij zijn. Ik hààt wol / mohair, dat vind ik wel mooi om te zien, maar ik krijg er de kriebels van, én uitslag. ‘k Zal dus nooit kunnen gaan werken als politie-agente, brandweervrouw, gevangenisbewaker, kaartjesknipper, stewardess of soldaat, want zij dragen allemaal uniformen met wol.
Oh ja, heel dikwijls moet ik me dan –gezien de omstandigheden- ook nog bedwingen om er niet aan te gaan ruiken. Want ik hou ook van heerlijke geuren, zeker in combinatie met iets dat zacht en aangenaam aanvoelt.
Dus we vliegen er maar weer eens in:
Heidi Bertels is een Vlaamse die haar Ph.D. in Amerika doet, aan het Stevens Institute of Technology in New Jersey. Ze heeft een blog
En af en toe schrijft ze ook nog speciaal iets voor Vlamingen in de Wereld.
In haar berichtje van 17 januari geeft ze een stokje aan me door. In mijn verwoedde pogingen om Amerika van mij af te schudden, heb ik haar bericht dus niet meer gelezen, tot nu onlangs.
Dus ben ik maar eens in de allerdonkerste gangen van mijn (alter?) ego gedoken, op zoek naar Duistere Geheimen die ik met jullie zou willen delen…
Hemeltje lief, ben ik geschrokken! Nooit gedacht dat ik zo’n raar mens was! In eerste instantie dacht ik namelijk dat ik de allergrootste moeite zou hebben om 5 ‘vreemde’ dingen van mezelf te vertellen, dingen die jullie nog niet zouden weten. Maar in een mum van tijd had ik dus een heel lijstje! Vanavond zal ik mijn ventje maar eens heerlijk verwennen, dat hij het, ondanks mijn rare kronkels, toch al 16 jaar volhoudt bij mij (op 15 augustus dit jaar zullen we 15 jaar getrouwd zijn)! En mijn vrienden, die moet ik misschien toch maar eens verwennen met een lekkere zelfgebakken appelcake (ter excuus van een aantal punten, maar vooral voor punt 9).
Het is uiteindelijk nogal lang geworden, dus het wordt een verhaal in afleveringen, met vandaag dus deel 1.
Ok, hou je klaar, hier gaan we (in compleet willekeurige volgorde van waanzin):
1. Maak kennis met het beest in mij.
Heb je een poes in huis? Dan herken je vast wel het beeld van een tevreden poes: zacht spinnend ligt ze daar, haar ogen half dichtgeknepen, terwijl ze ‘piano’ lijkt te spelen met haar klauwtjes. Wel, als ik het heel erg naar mijn zin heb, dan komt het dierlijke in mij boven! Gelukkig heb ik het heel ‘poezelig’ naar mijn zin, dus ik speel ook ‘piano’ met mijn tenen, ik ‘krul’ dus met mijn tenen. En ja, soms ben ik me daar van bewust, en dan denk ik wel eens “Als ik nu zou kunnen spinnen, dan zou ik dat nog doen ook”.
2. Als ik iets mooi vind, dan moet ik het kunnen betasten.
Zo wie zo hou ik van zachte stoffen op m’n lijf, maar ook in alle andere gevallen kan textuur heel belangrijk voor mij zijn. Ik hààt wol / mohair, dat vind ik wel mooi om te zien, maar ik krijg er de kriebels van, én uitslag. ‘k Zal dus nooit kunnen gaan werken als politie-agente, brandweervrouw, gevangenisbewaker, kaartjesknipper, stewardess of soldaat, want zij dragen allemaal uniformen met wol.
Oh ja, heel dikwijls moet ik me dan –gezien de omstandigheden- ook nog bedwingen om er niet aan te gaan ruiken. Want ik hou ook van heerlijke geuren, zeker in combinatie met iets dat zacht en aangenaam aanvoelt.
Thursday, March 08, 2007
Een nieuwe lente, een nieuw geluid...

Een nieuwe lente, een nieuw geluid…
Ik leen deze aanhef even van Herman Gorter, ik denk niet dat hij het mij kwalijk neemt dat ik er de nieuwe lente van dit blog mee wil ‘bezingen’.
Nadat ik hier even de wonden gelikt heb, en de stukjes van mijn Belgische leven weer bijeen heb genomen, heb ik het gevoel dat alles nu terug wat op de rails staat.
De woede is verdwenen, het verdriet heeft draagbare proporties aangenomen, en ‘life goes on’.
Ik heb de voorbije weken heel erg hard mijn best gedaan om Amerika uit mijn leven te bannen; alle symbolen die mij omringden moesten weg: boeken en reisgidsen over Amerika, de landkaar(en), het Amerikaanse vlaggetje dat we meebrachten van de 4th of July in 2000… En ik heb heel erg hard mijn best gedaan om Amerika uit mijn gedachten te bannen, om mijn dromen op te geven, om mij enkel te fixeren op België en het leven dat ik hier heb.
Het hielp om heel erg bezig te kunnen zijn met mijn werk, om daar –heel spannend- nieuwe horizonten te gaan verkennen via een cursus die we op recordtijd georganiseerd hebben voor leerkrachten (2 keer volzet!). Het hielp ook dat ik mijn echtgenoot helemaal terug open zag bloeien in de nieuwe functie die hij hier in België opgenomen heeft (waardoor hij wel minstens 1 week per maand in Amerika zit). En het hielp om onze zoon blij en gezwind door zijn leven te zien stappen.
Maar dan komt diezelfde zoon een keer bij je zitten, en dan zegt hij “Mama, als we toch nog de kans krijgen om naar Amerika te gaan, maar ik mis dan het begin van de High School, en ze willen dat ik dat jaar daar dan over doe, dan doe ik dat wel hoor! Ik heb hier immers toch al een jaar overgeslagen, dus dan ben ik nog maar 18 als ik verder ga studeren.”…
En dan komt je man na twee weken Amerika (tijdens het weekend vloog hij snel even over-en-weer naar huis) thuis, en zegt hij heel nonchalant “Het was weer heerlijk daar, ik voel me ginder als een visje in het water, ‘k voel me daar altijd direct thuis.”…
En dan realiseer je dat je jezelf haast als een schizofreen ervaart: enerzijds het Vlaamse meiske dat hier leuke vrienden heeft en een leuke ‘job’/hobby, waarvan iedereen zich afvraagt wat ze in hemelsnaam toch zou gaan zoeken in Amerika, en waarvan niemand vermoedt dat haar hartje bloedt, anderzijds het Vlaamse meiske dat al meer dan 15 jaar droomt van “ooit eens” te vertrekken maar dat om familiale redenen altijd maar uitstelde, dat een deel van haar hart en dromen in Amerika heeft liggen, en dat, ondanks al de verwoedde pogingen om Amerika uit haar hartje en uit haar gedachten te bannen, daar met de beste wil van de wereld niet in slaagt.
In de loop der jaren heb ik wel eens meer dromen gehad, altijd wel op kleinere schaal, waarvan sommige uitgevoerd zijn, en anderen niet. Sommige heb ik bewust los gelaten na een tijd (omdat ik ze niet haalbaar vond, of omdat ik het –beetje ouder en wijzer- niet zo’n goed idee meer vond), en dat heeft me nooit veel moeite gekost. Ik keek dan met veel plezier terug op de droom en de tijd die ik er in gestoken had om deze nader te bekijken, maar ik ging verder, geen probleem om het los te laten.
Maar nu bleef het maar op me plakken. Dus had ik het afgelopen weekend, na lang nadenken en de dingen eens op een rijtje gezet te hebben, een gesprek met “mijn mannen”, en meldde ik dat ik heel erg mijn best heb gedaan om Amerika uit mijn hoofd te zetten, maar dat het me écht niet los wil laten. En aangezien ik het er met de beste wil van de wereld niet afkrijg, dat ik dan maar besloten heb dat het zo moet zijn, dat Amerika gewoon bij mij hoort, en dat ik die droom dus niet meer ga bannen, maar gewoon terug een plaatsje ga geven in mijn leven. Het hoort gewoon bij me, denk ik. Het is echt een stukje van mezelf geworden. En de afgelopen weken heb ik een heleboel landen de revue laten passeren, om te kijken of er dan misschien een andere plaats op deze wereldbol was waar ik naartoe wou trekken (want er ging geen dag voorbij zonder dat ik dacht "Ik wil hier niet zijn" of "Ik voel me hier niet thuis"), maar nergens had ik dat speciale gevoel van ‘thuis’ dat ik bij Amerika wel altijd heb gehad.
Je ziet dat dikwijls ook bij Amerika-reizigers, die zeggen dat, als je éénmaal voet op Amerikaanse bodem hebt gezet, je gepakt wordt door een virus, en dat je steeds terug wilt gaan naar Amerika. Wel, dat begrijp ik, zij het dan bij mij niet in de vorm van reizen (als reisland zijn er andere oorden die mij nog meer aantrekken), maar wel als land om in te leven.
Zelfs als ik denk aan de schrijnende situatie van de bevolkingsgroepen onderaan de ladder, zelfs als ik me afvraag of het wel verantwoord is om onze zoon te verkassen omdat hij het hier ook naar zijn zin heeft, zelfs als ik er aan denk dat de Amerikaanse economie wel eens stijl bergaf zou kunnen gaan, zelfs als ik er aan denk dat hun huizenmarkt helemaal in elkaar kan storten, en zelfs als ik er aan denk dat Bush de president is van dat land, altijd blijft de uitkomst hetzelfde: ik wil naar daar. (en als ik zelfs onder Bush ginder wil gaan wonen, dan wil dat toch veel zeggen hé, hahaha)
Maar allé, om mijn inmiddels lange verhaal kort te maken: in plaats van de “Goodbye dreams” van de vorige keer, zeg ik nu “Welcome back”!
Ik ga hier dus af en toe terug wat posten, niet altijd Amerika-gerelateerd, soms persoonlijke verhalen, soms wat nieuwsfeiten.
En nadat dit gevoel van ‘nieuwe lente’ in mijn hoofd teruggekomen is, mag nu ook het startsein gegeven worden van de échte lente buiten!
Meer over Alfred Gockel , een kunstenaar die ik heb leren kennen via Marco
Nadat ik hier even de wonden gelikt heb, en de stukjes van mijn Belgische leven weer bijeen heb genomen, heb ik het gevoel dat alles nu terug wat op de rails staat.
De woede is verdwenen, het verdriet heeft draagbare proporties aangenomen, en ‘life goes on’.
Ik heb de voorbije weken heel erg hard mijn best gedaan om Amerika uit mijn leven te bannen; alle symbolen die mij omringden moesten weg: boeken en reisgidsen over Amerika, de landkaar(en), het Amerikaanse vlaggetje dat we meebrachten van de 4th of July in 2000… En ik heb heel erg hard mijn best gedaan om Amerika uit mijn gedachten te bannen, om mijn dromen op te geven, om mij enkel te fixeren op België en het leven dat ik hier heb.
Het hielp om heel erg bezig te kunnen zijn met mijn werk, om daar –heel spannend- nieuwe horizonten te gaan verkennen via een cursus die we op recordtijd georganiseerd hebben voor leerkrachten (2 keer volzet!). Het hielp ook dat ik mijn echtgenoot helemaal terug open zag bloeien in de nieuwe functie die hij hier in België opgenomen heeft (waardoor hij wel minstens 1 week per maand in Amerika zit). En het hielp om onze zoon blij en gezwind door zijn leven te zien stappen.
Maar dan komt diezelfde zoon een keer bij je zitten, en dan zegt hij “Mama, als we toch nog de kans krijgen om naar Amerika te gaan, maar ik mis dan het begin van de High School, en ze willen dat ik dat jaar daar dan over doe, dan doe ik dat wel hoor! Ik heb hier immers toch al een jaar overgeslagen, dus dan ben ik nog maar 18 als ik verder ga studeren.”…
En dan komt je man na twee weken Amerika (tijdens het weekend vloog hij snel even over-en-weer naar huis) thuis, en zegt hij heel nonchalant “Het was weer heerlijk daar, ik voel me ginder als een visje in het water, ‘k voel me daar altijd direct thuis.”…
En dan realiseer je dat je jezelf haast als een schizofreen ervaart: enerzijds het Vlaamse meiske dat hier leuke vrienden heeft en een leuke ‘job’/hobby, waarvan iedereen zich afvraagt wat ze in hemelsnaam toch zou gaan zoeken in Amerika, en waarvan niemand vermoedt dat haar hartje bloedt, anderzijds het Vlaamse meiske dat al meer dan 15 jaar droomt van “ooit eens” te vertrekken maar dat om familiale redenen altijd maar uitstelde, dat een deel van haar hart en dromen in Amerika heeft liggen, en dat, ondanks al de verwoedde pogingen om Amerika uit haar hartje en uit haar gedachten te bannen, daar met de beste wil van de wereld niet in slaagt.
In de loop der jaren heb ik wel eens meer dromen gehad, altijd wel op kleinere schaal, waarvan sommige uitgevoerd zijn, en anderen niet. Sommige heb ik bewust los gelaten na een tijd (omdat ik ze niet haalbaar vond, of omdat ik het –beetje ouder en wijzer- niet zo’n goed idee meer vond), en dat heeft me nooit veel moeite gekost. Ik keek dan met veel plezier terug op de droom en de tijd die ik er in gestoken had om deze nader te bekijken, maar ik ging verder, geen probleem om het los te laten.
Maar nu bleef het maar op me plakken. Dus had ik het afgelopen weekend, na lang nadenken en de dingen eens op een rijtje gezet te hebben, een gesprek met “mijn mannen”, en meldde ik dat ik heel erg mijn best heb gedaan om Amerika uit mijn hoofd te zetten, maar dat het me écht niet los wil laten. En aangezien ik het er met de beste wil van de wereld niet afkrijg, dat ik dan maar besloten heb dat het zo moet zijn, dat Amerika gewoon bij mij hoort, en dat ik die droom dus niet meer ga bannen, maar gewoon terug een plaatsje ga geven in mijn leven. Het hoort gewoon bij me, denk ik. Het is echt een stukje van mezelf geworden. En de afgelopen weken heb ik een heleboel landen de revue laten passeren, om te kijken of er dan misschien een andere plaats op deze wereldbol was waar ik naartoe wou trekken (want er ging geen dag voorbij zonder dat ik dacht "Ik wil hier niet zijn" of "Ik voel me hier niet thuis"), maar nergens had ik dat speciale gevoel van ‘thuis’ dat ik bij Amerika wel altijd heb gehad.
Je ziet dat dikwijls ook bij Amerika-reizigers, die zeggen dat, als je éénmaal voet op Amerikaanse bodem hebt gezet, je gepakt wordt door een virus, en dat je steeds terug wilt gaan naar Amerika. Wel, dat begrijp ik, zij het dan bij mij niet in de vorm van reizen (als reisland zijn er andere oorden die mij nog meer aantrekken), maar wel als land om in te leven.
Zelfs als ik denk aan de schrijnende situatie van de bevolkingsgroepen onderaan de ladder, zelfs als ik me afvraag of het wel verantwoord is om onze zoon te verkassen omdat hij het hier ook naar zijn zin heeft, zelfs als ik er aan denk dat de Amerikaanse economie wel eens stijl bergaf zou kunnen gaan, zelfs als ik er aan denk dat hun huizenmarkt helemaal in elkaar kan storten, en zelfs als ik er aan denk dat Bush de president is van dat land, altijd blijft de uitkomst hetzelfde: ik wil naar daar. (en als ik zelfs onder Bush ginder wil gaan wonen, dan wil dat toch veel zeggen hé, hahaha)
Maar allé, om mijn inmiddels lange verhaal kort te maken: in plaats van de “Goodbye dreams” van de vorige keer, zeg ik nu “Welcome back”!
Ik ga hier dus af en toe terug wat posten, niet altijd Amerika-gerelateerd, soms persoonlijke verhalen, soms wat nieuwsfeiten.
En nadat dit gevoel van ‘nieuwe lente’ in mijn hoofd teruggekomen is, mag nu ook het startsein gegeven worden van de échte lente buiten!
Meer over Alfred Gockel , een kunstenaar die ik heb leren kennen via Marco
Meer over Herman Gorter op Wikipedia
En het ganse (zeer lange!) gedicht van Gorter
En het ganse (zeer lange!) gedicht van Gorter
P.S.: ik zit vanaf nu dus ook in de nieuwe Blogger te posten, ik hoop dus dat alles goed gaat...
Friday, January 12, 2007
Goodbye dreams...
Goodbye dreams
Ik val maar onmiddellijk met de deur in huis: dit is het afscheid van mijn blog.
In maart 2005 begon ik met mijn blog, met de idee dat we weldra voor het bedrijf van manlief naar Amerika zouden trekken. Op het blog wou ik gans het verhuis- en aanpassingsproces dan beschrijven, voor eenieder die daar interesse in had.
Steeds maar weer werd dat vertrek uitgesteld, telkens met andere excuses.
Zoals de meeste van jullie weten, heeft men eind 2006 een reorganisatie uitgewerkt voor een deel van het bedrijf. Hier zag mijn echtgenoot natuurlijk volop mogelijkheden in, en hij stelde zich kandidaat voor twee functies. Twee functies die ons naar Amerika zouden brengen.
Hij kreeg daarbij volop de steun van zijn baas (die dit de geknipte zet vond, je moet nu eenmaal buitenlandse ervaring opdoen om nog hogerop te geraken), HR steunde dit plan (je moet er van profiteren als er ervaren mensen zijn die die stap willen zetten, zeker en vast als ze de volledige steun krijgen van hun gezin).
Eind vorige week wisten we officieus dat hij bij de finale kandidaten was voor beide jobs!
“Je staat nu dichter bij Amerika dan ooit,” werd er gezegd. En dan kwam begin deze week ‘het’ telefoontje: “Proficiat voor de eer, je hebt de job, je was werkelijk de allerbeste kandidaat.”. Maar de vreugde was maar beperkt: het voorstel tot relocation ten gevolge van de job werd weeral afgewezen. Eéntje ging (weer eens) dwars liggen. Diezelfde pipo die ook eind 2005 onze relocation tegen gehouden heeft. Hij heeft de doorslaggevende stem in dit soort van zaken.
HR was stomverbaasd, maar dat helpt ons geen zier. Zij gaan ondertussen op zoek naar een andere job, bij andere operating company van de holding. Een job die ons deze keer wel als gezin naar Amerika zal brengen. Zij weten dat de tijd dringt (zoonlief zou in september in het 1ste jaar High School starten, nog veel later verhuizen zal niet makkelijk zijn).
De man die weeral ging dwars liggen heeft blijkbaar nog maar een minimum aan krediet, en iedereen verwacht vandaag of morgen zijn ontslag (maar dat deden ze vorig jaar ook al). Mijn man, die echt een Vechter is, geeft dus niet op. Maar ik wel. Deze keer is het voor mij echt genoeg geweest. Telkens die hoop, en telkens die leegte die er op volgt. Ik ben op, ik kan echt niet meer. Ik heb symbolisch een doos genomen, en daar alle Amerika-spulletjes die hier in mijn leefomgeving stonden in opgeborgen: het Amerikaanse vlaggetje, het kaarsje dat hier brandde met de bedeltjes die ik ooit van Annemiek kreeg om ons te steunen is uitgeblazen en opgeborgen, net als de grote rood-wit-blauwe slinger die ik gemaakt had om het huis te versieren als we Het Goede Nieuws zouden ontvangen. Ik heb het begraven in een doos, op de zolder, in een donker hoekje.
Ga ik dit missen? Natuurlijk! Ik zal jullie, lieve lezers die regelmatig via de commentaren reageerden, zeker en vast missen. Jullie gaven me altijd het gevoel al een klein beetje in Amerika te zijn. Jullie hebben me altijd gesteund op moeilijke momenten, en dat deed werkelijk deugd. En ik zou nu weer om jullie steun kunnen vragen om weer wat hoop te krijgen. Maar dat ga ik niet meer doen. Ik leef nu al twee jaar in functie van een droom, waarvan ik niet meer geloof dat hij uit zal komen. Al twee jaar staat mijn leven op “hold”. Dat kan ik zo niet verder blijven doen, het leven gaat ondertussen voorbij. Ik moet hier dringend terug de touwtjes van het hier en nu in handen trachten te nemen, want dat is waar ik verder moet, en waar ik moet trachten er iets leuks van te maken. Nadenken over wat ik nu met de rest van mijn leven wil. En deze periode achter me laten. Het voelt leeg aan, en dat moet veranderen, dat moet ik terug gaan zien te vullen met andere dingen. Niet meer met dromen en loze beloftes.
Wednesday, January 03, 2007
Help! Koopjes!
Ik ben zo stilaan bekomen van het avontuur waar ik mij vandaag in begeven heb.
Aangezien zoonlief de laatste tijd een aantal centimeters de hoogte in geschoten is, wou ik dankbaar gebruik maken van de koopjesperiode om nog één of twee (winter)broeken bij te kopen. Kwestie van niet dagelijks een broek te moeten strijken. Ja hallo!
In de veronderstelling dat de koopjes gisteren al begonnen waren, dacht (hoopte) ik dus dat de grootste gekte al voorbij zou zijn. Niet dus! Ik heb op de ringweg langer staan aanschuiven dan ik anders in de ochtendspits moest doen, terwijl het 14.30 uur was. Al heel snel begon het mij te dagen dat ik mijn favoriete parking recht in het hart van de winkelstraat wel mocht gaan vergeten wegens volzet. De meest nabij gelegen parking, daar gokte ik ook maar niet op, en, strateeg dat ik ben, koos ik voor een grotere parkeergarage die wat verder weg lag maar toch nog op aanvaardbare afstand én die de duurste is van de stad. Dacht dat dat twee argumenten waren die mij van een plaatsje zouden voorzien. Weeral eens neen dus. Net toen ik de parking in wou rijden, kwam er 'volzet' te staan. Daar sta je dan, bergaf met de handrem op, en een rij aanschuivende wagens achter je. Achteruit rijden om maar een andere parking te gaan zoeken was dus geen optie meer. Wachten tot er iemand weg reed... en dan dat verdome plaatske gaan zoeken waar hij zich uit gewurmd had. Die parkeerplaatsen lijken tegenwoordig gemaakt om enkel nog een Smart te parkeren. Maar mits de acoustische signalen van de parkeerhulp-optie in de auto wist ik me toch tussen een streep en twee grote palen te persen. Gelukkig ligt mijn BMI nog binnen de aanvaardbare normen, want anders had ik enkel via de koffer de auto kunnen verlaten.
Tussen de mensenmassa begaven we ons naar de winkelstraat, waar ze, aan diezelfde massa volk te zien, de dingen gratis weg leken te geven. Maar nog maar eens niet dus. De broeken waren te klassiek, te baggy, te bruin, te blauw, te groot, te klein (of te duur, 77 euro vind ik geen solden voor een 12-jarige zijn broek).
Als ik al mijn moed bijeen geraapt had om mij een weg te banen naar een winkel, bleek men geen enkele trui te hebben zonder wol die ik mooi vond (ik ben allergisch aan wol).
Gelukkig was er een Kruidvat in de buurt, zodat ik haarbalsem, shampoo en after shave kon kopen. Want ik voelde me een vreemde eend, zo zonder zakjes beladen. Snel nog een flesje echinacea bij de apotheek, dan had ik nog een zakje. En, oh ja, nu we hier toch passeren, nog wat Duck hondenvoeding.
Met mijn drie zakjes én zoonlief in mijn zog baande ik mij een weg door deze mensenmassa, me bedenkend dat ik, wat winkelen betreft, echt wel een mannelijk kantje heb.
Het vrouwelijke kantje vond nog compensatie in een lekkere taart van bladerdeeggebak met rode bessen. :-)
(Tussen haakjes: de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik eigenlijk een brood ging kopen, maar dat was reeds uitverkocht -zal ook wel in de solden geweest zijn, LOL-, waarop zoonlief het water in de mond kreeg bij het aanschouwen van die overheerlijke taart, en ik zijn moedig gedrag in de mensenmassa wou belonen, wetende dat manlief mij eeuwig dankbaar zou zijn dat ik met een lekker taartje thuis kwam in plaats van met een geplunderde bankrekening.)
Aangezien zoonlief de laatste tijd een aantal centimeters de hoogte in geschoten is, wou ik dankbaar gebruik maken van de koopjesperiode om nog één of twee (winter)broeken bij te kopen. Kwestie van niet dagelijks een broek te moeten strijken. Ja hallo!
In de veronderstelling dat de koopjes gisteren al begonnen waren, dacht (hoopte) ik dus dat de grootste gekte al voorbij zou zijn. Niet dus! Ik heb op de ringweg langer staan aanschuiven dan ik anders in de ochtendspits moest doen, terwijl het 14.30 uur was. Al heel snel begon het mij te dagen dat ik mijn favoriete parking recht in het hart van de winkelstraat wel mocht gaan vergeten wegens volzet. De meest nabij gelegen parking, daar gokte ik ook maar niet op, en, strateeg dat ik ben, koos ik voor een grotere parkeergarage die wat verder weg lag maar toch nog op aanvaardbare afstand én die de duurste is van de stad. Dacht dat dat twee argumenten waren die mij van een plaatsje zouden voorzien. Weeral eens neen dus. Net toen ik de parking in wou rijden, kwam er 'volzet' te staan. Daar sta je dan, bergaf met de handrem op, en een rij aanschuivende wagens achter je. Achteruit rijden om maar een andere parking te gaan zoeken was dus geen optie meer. Wachten tot er iemand weg reed... en dan dat verdome plaatske gaan zoeken waar hij zich uit gewurmd had. Die parkeerplaatsen lijken tegenwoordig gemaakt om enkel nog een Smart te parkeren. Maar mits de acoustische signalen van de parkeerhulp-optie in de auto wist ik me toch tussen een streep en twee grote palen te persen. Gelukkig ligt mijn BMI nog binnen de aanvaardbare normen, want anders had ik enkel via de koffer de auto kunnen verlaten.
Tussen de mensenmassa begaven we ons naar de winkelstraat, waar ze, aan diezelfde massa volk te zien, de dingen gratis weg leken te geven. Maar nog maar eens niet dus. De broeken waren te klassiek, te baggy, te bruin, te blauw, te groot, te klein (of te duur, 77 euro vind ik geen solden voor een 12-jarige zijn broek).
Als ik al mijn moed bijeen geraapt had om mij een weg te banen naar een winkel, bleek men geen enkele trui te hebben zonder wol die ik mooi vond (ik ben allergisch aan wol).
Gelukkig was er een Kruidvat in de buurt, zodat ik haarbalsem, shampoo en after shave kon kopen. Want ik voelde me een vreemde eend, zo zonder zakjes beladen. Snel nog een flesje echinacea bij de apotheek, dan had ik nog een zakje. En, oh ja, nu we hier toch passeren, nog wat Duck hondenvoeding.
Met mijn drie zakjes én zoonlief in mijn zog baande ik mij een weg door deze mensenmassa, me bedenkend dat ik, wat winkelen betreft, echt wel een mannelijk kantje heb.
Het vrouwelijke kantje vond nog compensatie in een lekkere taart van bladerdeeggebak met rode bessen. :-)
(Tussen haakjes: de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik eigenlijk een brood ging kopen, maar dat was reeds uitverkocht -zal ook wel in de solden geweest zijn, LOL-, waarop zoonlief het water in de mond kreeg bij het aanschouwen van die overheerlijke taart, en ik zijn moedig gedrag in de mensenmassa wou belonen, wetende dat manlief mij eeuwig dankbaar zou zijn dat ik met een lekker taartje thuis kwam in plaats van met een geplunderde bankrekening.)
Monday, January 01, 2007
Gelukkig 2007!
De beste wensen aan iedereen, via een tekstje dat ik via een vriendin kreeg:
Hallo iedereen,
Als wensen toverwoorden waren,
dan werd de wereld nu een paradijs
dan zouden donkere wolken klaren
dan brak overal het ijs.
Maar wensen zijn geen toverwoorden
ze hebben nood aan werkkracht.
Ze toveren pas mooie akkoorden
als je eraan werkt met man en macht.
Ik wil jullie die kracht toewensen
om geluk te brengen waar je gaat
om handen te geven aan die wensen
zodat een lach verschijnt op een gelaat.
Dus voor 2007:
veel werkkracht en goede moed
en voor de rest...het ga je goed.
Als wensen toverwoorden waren,
dan werd de wereld nu een paradijs
dan zouden donkere wolken klaren
dan brak overal het ijs.
Maar wensen zijn geen toverwoorden
ze hebben nood aan werkkracht.
Ze toveren pas mooie akkoorden
als je eraan werkt met man en macht.
Ik wil jullie die kracht toewensen
om geluk te brengen waar je gaat
om handen te geven aan die wensen
zodat een lach verschijnt op een gelaat.
Dus voor 2007:
veel werkkracht en goede moed
en voor de rest...het ga je goed.
Batterijtjes opgeladen in Leysin
Wat heeft dat deugd gedaan! De batterijtjes zijn weer opgeladen, we kunnen er hopelijk weer even tegenaan!
De kwaliteit van de sneeuw liet te wensen over: slechts 1/3 van de pistes waren open. Ging je op de blauwe piste, dan moest je stunten om de stenen te ontwijken die op en nét onder de sneeuw lagen. En op de rode piste was het soms best eng omdat die heel ijzig was. We hebben dan ook nog nooit een vakantie gehad met zo weinig sneeuw en zoveel gekwetste mensen in het hotel.
Maar het was heel ontspannend, en we hebben het dus heel rustigjesaan gedaan. Heel ontspannend, en volop genietend van de stralende zon!
We zijn nog steeds aan’t bekomen van de inspanningen van onze zoon! Eerst kwam hij thuis met een heel mooi rapport, en nadien bleek hij ook nog super te genieten van het skiën, én het nog heel goed te doen ook!
Even een paar fotootjes:

’s Morgens vroeg, zoonlief op het terras van het hotel, klaar om naar de skiles te vertrekken. De zon komt net boven de bergtoppen van de Dents du Midi piepen.

Een zeldzaam rustig moment vanop een blauwe piste. Recht voor zie je een rode afdaling, en bovenop de piste staat Kuklos, een draaiend restaurant!
http://www.teleleysin.ch/Fr/ete/index.html

Manlief in actie. Je ziet heel duidelijk de slechte staat van de piste: zand, stenen en gras komen overal door de sneeuw door.

Wij waanden ons soms echt goden op de Olympos: dit was het zicht wat wij hadden van op de bergtop: wij in een stralende zon, dan onder ons een wolkendek (waaronder de vallei lag)…
De kwaliteit van de sneeuw liet te wensen over: slechts 1/3 van de pistes waren open. Ging je op de blauwe piste, dan moest je stunten om de stenen te ontwijken die op en nét onder de sneeuw lagen. En op de rode piste was het soms best eng omdat die heel ijzig was. We hebben dan ook nog nooit een vakantie gehad met zo weinig sneeuw en zoveel gekwetste mensen in het hotel.
Maar het was heel ontspannend, en we hebben het dus heel rustigjesaan gedaan. Heel ontspannend, en volop genietend van de stralende zon!
We zijn nog steeds aan’t bekomen van de inspanningen van onze zoon! Eerst kwam hij thuis met een heel mooi rapport, en nadien bleek hij ook nog super te genieten van het skiën, én het nog heel goed te doen ook!
Even een paar fotootjes:
’s Morgens vroeg, zoonlief op het terras van het hotel, klaar om naar de skiles te vertrekken. De zon komt net boven de bergtoppen van de Dents du Midi piepen.
Een zeldzaam rustig moment vanop een blauwe piste. Recht voor zie je een rode afdaling, en bovenop de piste staat Kuklos, een draaiend restaurant!
http://www.teleleysin.ch/Fr/ete/index.html
Manlief in actie. Je ziet heel duidelijk de slechte staat van de piste: zand, stenen en gras komen overal door de sneeuw door.
Wij waanden ons soms echt goden op de Olympos: dit was het zicht wat wij hadden van op de bergtop: wij in een stralende zon, dan onder ons een wolkendek (waaronder de vallei lag)…
Subscribe to:
Posts (Atom)